Fantastische Vertellingen, nr. 59, jrg. 42, september 2021

€7,95
Artikelnummer: FV-59
Beschikbaarheid: Op voorraad
Levertijd: binnen enkele werkdagen

In dit nummer vindt u korte verhalen van Alvin Reniers (De respondent), Frank Roger (Stormvloed), Gerold H. Kort (Je leeft maar twee keer), Emanuel Claessens (Ontbijt in het Panopticum), Guido Eekhaut (Een toepasselijke apocalyps) en Robert Smets (Een filosofische analyse).

Illustraties zijn van de hand van Peter Erhardt (omslagillustratie en binnenillustraties), Gert-Jan van den Bemd, Ingrid HeitFred Hemmes, Marcel Ozymantra en Bauke Muntz.

Daarnaast vindt u in dit nummer besprekingen van de hand van Johan Klein Haneveld, Paul van Leeuwenkamp en Jos Lexmond. Er is voorzien in een stripverhaal (De papierbak) van Peter Erhardt en de problemenrubriek Oxana's Oxymoron. Max Moragie leverde bovendien een Weivretni Guido Eekhaut op en van Paul van Leeuwenkamp is het vuijeton De coronanisten van Catan  bij de overburen.

De omslagillustratie is van de hand van Peter Erhardt en het daarop gebaseerde omslagontwerp is gemaakt door Ingrid Heit.

In totaal maar liefst 150 bladzijden op helderwit kwaliteitspapier, volledig in kleur!

In het tijdschrift is van alle gepubliceerden een korte, geïllustreerde bio-/bibliografie opgenomen.

Klik HIER voor meer achtergrondinformatie.

U kunt dit tijdschrift uiteraard los kopen, indien u dat verkiest, maar een abonnement is véél voordeliger:

afm.: A5 (148mm x 210mm)
dikte: 97 blz.
gew.: 325 gram
uitv.: paperback, volledig in kleur
extra: bio-/bibliografieën van de gepubliceerden
| Johan Klein Haneveld

Het septembernummer van Fantastische Vertellingen kwam dit jaar ongeveer gelijktijdig uit met de nieuwe Ganymedesbundel, dus dat was dubbel genieten. Vooral omdat met een omvang van plm 150 pagina's Fantastische Vertellingen dit keer ook meer op een bundel leek dan op een tijdschrift. Ik kan als iemand met interesse in Nederlandstalige fantastische fictie alleen maar in mijn handen wrijven en dankbaar zijn voor de inspanningen van Remco Meisner, die het toch maar presteert om vier keer per jaar zo'n tijdschrift samen te stellen. Dit keer zijn het ook niet de minste auteurs die hierin zijn opgenomen. Frank Roger en Guido Eekhaut hebben beide een verhaal, en Eekhaut wordt ook nog eens geïnterviewd door Max Moragie (wat een informatief stuk heeft opgeleverd). Paul van Leeuwenkamp heeft zich ook weer uitgeleefd wat de recensies betreft met onder andere meerdere gedetailleerde recensies van het werk van Eekhaut. Je zou dit een Guido Eekhaut speciaalnummer kunnen noemen, met 34 pagina's van of over hem en zijn werk. Guido Eekhaut kan goed schrijven in mijn opinie. Toch ben ik niet altijd fan van zijn verhalen, dat geef ik eerlijk toe. Zijn verhaal in dit editie kon ik echter wel waarderen. De sfeer die hij neerzet was prima en het slot evocatief. Alleen denk ik soms dat Eekhaut schrijft voor een intelligentere lezer dan ik ben. Ik denk dat ik snap wat de natuur was van de beschreven apocalyps, en ook heb ik wel een vermoeden wat het verhaal van de atheistische geestelijke uit de achttiende eeuw er mee te maken kan hebben, maar ik had de verbanden zelf graag wat duidelijker gezien. Het openingsverhaal 'De respondent' van Alvin Reniers was ook interessant, met sfeervolle beschrijvingen en een interessant spel met de vorm van het verhaal. Maar ook hier wilde de schrijver misschien te slim zijn of ben ik niet intelligent genoeg als lezer, want wat er precies gebeurde aan het slot van het verhaal kon ik wel raden, maar ik wist niet of ik het bij het rechte eind had. 'Stormvloed' van Frank Roger was een langer verhaal dan ik van hem gewend ben en heel fantasievol. Frank Roger wil nog wel eens stukken schrijven die eigenlijk geen verhalen zijn, maar een situatieschets. Alsof hij een idee heeft, maar er geen narratief mee kan bedenken. Hier was wel sprake van een narratief, maar de hoofdpersoon had er geen invloed op. Hij was (zoals veel karakters in de verhalen van Frank Roger) slechts toeschouwer. Dat maakt zo'n verhaal in mijn opinie toch minder spannend of boeiend. Zelfs al moest ik wel gniffelen om de parodie op Amsterdam in dit verhaal en de slimme ontknoping. Het verhaal van Gerald H. Kort 'Je leeft maar twee keer' was een spookverhaal, gesitueerd in Suriname in de jaren '60 van de vorige eeuw, dat door alle details heel authentiek aanvoelde. Ik leefde ook mee met het jongetje, al werd er later opeens (noodzakelijk) naar andere karakters overgesprongen. Maar was het spook was bleek geen mysterie dat de lezer mee moest oplossen en dat was jammer. Het verhaal had ook wat korter gekund en was daarmee krachtiger geworden, maar ik vond het wel heel mooi ook eens zo'n verhaal in Fantastische Vertellingen te lezen! 'Ontbijt in het Panopticum' van Emanuel Claessens was fantasievol en suggereerde een parodie van een dystopie te zijn, maar ik vond het wat te verwarrend om eerlijk te zijn. Het verhaal van Robert Smets stelde niet zo veel voor eigenlijk en de sneer aan het eind misstond wat mij betreft. Het stripje in dit nummer vond ik wel grappig (meer kun je in twee pagina's ook niet doen, lijkt me). Hoewel ik hierboven wel wat kritiek uit op de betreffende verhalen kan ik met overtuiging zeggen dat ik weer met veel plezier in dit nummer van Fantastische Vertellingen heb gelezen. Ik kijk alweer uit naar nr. 60.

4 sterren op basis van 1 beoordelingen