Fantastische Vertellingen, nr. 68, jrg. 44, december 2023

€7,95
Artikelnummer: FV-68
Beschikbaarheid: Op voorraad
Levertijd: 1-2 dagen

In dit nummer vindt u korte verhalen van Bjarne Donderdag (Horen en zien), Frank Roger (Kat en muis), Jasper Polane (Euridi in de lage machine) Rob Geukens (Rosie), Robert Smets (De tragische dood van Chief Smythe) en Sejul Nerve (Hotel California).

Illustraties zijn van de hand van Marco Bezoet de Bie, Gert-Jan van den Bemd, MOZ, Peter Erhardt, Fred Hemmes, Ben van den Outenaar en Lex van Heereveld.

Daarnaast vindt u in dit nummer besprekingen van de hand van Johan Klein Haneveld, Charles van Wettum, Finn Audenaert en Paul van Leeuwenkamp. Voorts de problemenrubriek Oxana's Oxymoron van Oxana Langbeen, alsmede de Oratie bij de uitreiking van de Bemoste Beeld-prijs aan Jos Lexmond, een cartoon van Sjarrel Vrakking (Pech) en het Vuijeton van Remco Meisner (Het einde van een filmisch spektakel), het vierde deel van de Tijd voor geschriften van Paul van Leeuwenkamp. En naast dit alles de brievenrubriek Brief Encounters, waarin mede enige ongezonde mededingen vermeld staan. Het kan niet op!

De omslagillustratie is van de hand van Fred Hemmes en het daarop gebaseerde omslagontwerp is gemaakt door Ingrid Heit.

In totaal 132 bladzijden op helderwit kwaliteitspapier, volledig in kleur!

In het tijdschrift is van alle gepubliceerden een korte, geïllustreerde bio-/bibliografie opgenomen.

U kunt dit tijdschrift uiteraard los kopen, indien u dat verkiest, maar een abonnement is véél voordeliger:

afm.: A5 (148mm x 210mm)
dikte: 132 blz.
gew.: 500 gram
uitv.: paperback, volledig in kleur
extra: bio-/bibliografieën van de gepubliceerden
| Charles Van Wettum

Elk nummer van het kwartaalblad Fantastische Vertellingen is het weer afwachten wat de redacteur deze keer voor lekkers voor ons heeft klaargezet. Nummer 68 heeft op de voorpagina staan ‘november 2023’ en hij was er halverwege november al! Remco Meisner snapt dat de lezers niet kunnen wachten en zorgt dat ze bediend worden voordat het officieel moet. Een bewonderenswaardige strategie!

Ik ben dol op FV, moet ik u eerlijk zeggen. Dat heeft vast iets te maken met het feit dat mijn eerste verhaaltje erin het levenslicht zag – ik ben totaal bevooroordeeld. Maar het heeft ook met het concept te maken: de combinatie van SFFH-verhalen uit de volle breedte van het genre waarmee het de fantasie prikkelt, de fleurige illustraties die in dezelfde breedte de oogleden strelen en de tot hilariteit of juist contemplatie verleidende vaste rubrieken (waarbij ik Meisners eigen Meyvistisch Melodrama, Oxana’s vragenrubriek en de rubriek ‘Onder de indruk (wat vinden zullie ervan?)’ expliciet wil noemen).

Opvallend is dat elk nummer een eigen karakter krijgt. Toeval? Redactiebeleid? Ingrepen van karma in onze werkelijkheid of gewoon statistische en kwantummechanische effecten?
Wat ook de oorzaak is, in nummer 68 kwam ineens hier en daar wat gras van absurdisme door de trottoiregels door. Een beetje Roger, een taalkundig bijzonder verhaal van Geukens (ik vond het mooi!), grappige korte berichtjes (of zijn het UKVtjes?) van Finn Audenaerde, een vermakelijke brievenrubriek waaruit blijkt dat lezers te serieus genomen kunnen worden. Ik heb me uitstekend vermaakt.

Daarnaast las ik met plezier het mooie vervolg van Paul Leeuwenkamp over het enthousiasme waarmee ons genre in de afgelopen decennia in tijdschriften de openbaarheid heeft gezocht, het harde-SF-Ovidius (of was het Vergilius?)-verhaal van Jasper Polane (heel geslaagd!), een amusant Sherlock & Watson-verhaaltje van Robert Smets waarin de schrijver heerlijk ontspannen af en toe tijdsverloop negeert. Er zijn nog veel meer verhalende hapjes. Vanzelfsprekend valt soms een hapje bij de ene lezer anders dan bij de andere (ik lust bijvoorbeeld geen selderijstengels), het brede aanbod van FV brengt voor ieder iets smakelijks.

Een deel van de pagina’s wordt ingevuld met besprekingen. Dat is wat mij betreft een belangrijk deel van het aanbod van FV. Niet alleen om kennis te maken met publicaties die we anders zouden missen, maar vooral om al analyserend ons genre dieper te verkennen en daarmee kwalitatief sterker te maken. Ik leer er elke keer veel van en denk op mijn eigen manier graag mee.

Samenvattend: ik had prettige uurtjes.

| Johan Klein Haneveld

Waren er alweer drie maanden verstreken? Moeilijk te geloven! Maar de nieuwe Fantastische Vertellingen zat in de brievenbus, dus dan moet het wel zo zijn. Weer een lekker dik exemplaar, meer een verhalenbundel dan een tijdschrift, en zo heb ik mijn lijfblad graag. De inhoud was (als altijd) heerlijk gevarieerd: van ingezonden brieven en rubrieken tot essays, verhalen, illustraties, een strip en recensies. Veel recensies dit keer, waar ik er drie van bijdroeg. En ik ben blij met zoveel recensies, want een tijdschrift is minder vluchtig dan een pagina als Hebban of Goodreads, en het is belangrijk dat er wordt gesproken over boeken uit ons geliefde genre. De recensies helpen een beeld te vormen van hoe het ervoor staat met de fantastiek in ons taalgebied, hoe schrijvers op elkaar reageren en welke thema's en onderwerpen centraal staan. Ik ben dan ook blij dat recent Finn Oudenaert en Charles van Wettum het recensieteam zijn komen versterken, want je wilt ook meerdere meningen vernemen in zo'n rubriek. Wellicht dat een vrouwelijke lezer zich ook wil opwerpen om recensies te schrijven? Dat zou het palet van meningen en perspectieven op Nederlandstalig genrewerk nog evenwichtiger maken.
Dan verder over de inhoud: het Meyvistisch Melodrama wist me zoals altijd een glimlach op het gezicht te bezorgen. 'Horen en zien' van Bjarne Donderdag was niet helemaal aan mij besteed - ik ben niet heel erg van het absurdistische waarin geen verklaring wordt gegeven voor een ingrijpende transformatie - al was het wel met verve geschreven. Paul van Leeuwenkamp gaat in 'Tijd voor Geschriften' weer in op enkele oude Nederlandstalige SF-tijdschriften. Het enthousiasme van de samenstellers daarvan is voelbaar en ik heb er ergens spijt van dat ik die periode van creativiteit en correspondentie ben misgelopen. Frank Roger is een vaste waarde in de Nederlandse tijdschriften en bundels - hij weet steevast bizarre situaties te schetsen, vaak zonder verklaring, waar de hoofdpersonen aan zijn overgeleverd en waar ze niets aan kunnen veranderen. Ook hier weer moeten de hoofdpersonen hun lot lijdzaam ondergaan. Helaas vind ik het zelf niet zo boeiend als hoofdpersonen zo passief zijn en eigenlijk nutteloos. Maar dat is een kwestie van smaak. Jasper Polane profileert zich steeds meer als schrijver van korte verhalen - ik zie hem steeds vaker in bundels en tijdschriften en nu dus ook in FV met 'Euridi in de lage machine' - waarin hij het modernste SF-verhaal van deze editie levert. Post-cyberpunk van hoog niveau, waarin het afbreken van een afgedankte intelligentie hapert en waarin de mythe goed verweven is. Knap gedaan en het hoogtepunt van dit tijdschrift. Ook de illustraties waren geweldig. Ander hoogtepunt was 'Rosie' van Rob Geukens - zijn verhalen verschijnen geregeld in FV en dat is geen wonder. Een knappe, frisse schrijfstijl waarbij hij sterk in zijn perspectief blijft en waarbij de lezer pas langzaam doorkrijgt wat er aan de hand is. Ik begin steeds meer onder de indruk te komen van het werk van Geukens. Remco Meisner zelf grijpt terug in de 'oude doos' met zijn verhaal 'Het einde van een filmisch spektakel' dat ook al is het wat ouder, nog steeds relevant blijkt. Ik hoop dat als ik de leeftijd heb bereikt van Robert Smets, ik ook nog steeds schrijf voor SF-tijdschriften en bundels. Smets levert hier een Holmes-pastiche met een knipoog en vol anachronismen, maar toch met een verstrekkende conclusie over onze evolutie... Leuk. Sejul Nerve levert met 'Hotel California' een verhaal gebaseerd op het gelijknamige nummer van The Eagles en weet de beklemmende sfeer ervan goed te suggereren, al is het hier en daar misschien een beetje 'overdone'. Het einde laat zich raden voor wie het nummer kent. En dan is er tenslotte een lofzang op Jos Lexmond, afgestoken tijdens de uitreiking van de Bemoste Beeld-prijs op Fantasticon. Lof die hij verdient, want zijn bijdrage aan het fantastische genre in ons taalgebied laat zich niet ontkennen. En ook al stak hij mij de loef af met zijn recensie van Ganymedes 23, dit keer ben ik hem weer voor ;-)

4.5 sterren op basis van 2 beoordelingen