Fantastische Vertellingen, nr. 75, jrg. 46, september 2025
| Artikelnummer: | FV-75 |
| Beschikbaarheid: | Op voorraad |
| Levertijd: | binnen enkele werkdagen |
In dit nummer vindt u korte verhalen van Charles van Wettum (Een prachtige dag om te sterven), Guido Eekhaut (De laatste walvis), Lex van Heereveld (Waar blijft de tijd) en Marco Knijnenburg (Reünie).
Illustraties zijn van de hand van Gert-Jan van den Bemd, MOZ, Peter Erhardt en Lex van Heereveld.
Daarnaast vindt u in dit nummer besprekingen van de hand van Johan Klein Haneveld, Jos Lexmond, Finn Audenaert en Remco Meisner. Voorts het Weivretni Guido Eekhaut (een vaaggesprek), een cartoon van Gert-Jan van den Bemd (Stikstof), het dertiende deel (door Paul van Leeuwenkamp) van Tijd voor geschriften.
De omslagillustratie is gebaseerd op kunst van Fred Hemmes. Het daarop gebaseerde omslagontwerp is gemaakt door Ingrid Heit.
In totaal 123 bladzijden op helderwit kwaliteitspapier, volledig in kleur!
In het tijdschrift is van alle gepubliceerden een korte, geïllustreerde bio-/bibliografie opgenomen.
U kunt dit tijdschrift uiteraard los kopen, indien u dat verkiest, maar een abonnement is véél voordeliger:
| afm.: | A5 (148mm x 210mm) |
| dikte: | 130 blz. |
| gew.: | 500 gram |
| uitv.: | paperback, volledig in kleur |
| extra: | bio-/bibliografieën van de gepubliceerden |
De cover die gemaakt is door Fred Hemmes is vooral erg kleurrijk, dat valt op. Hopelijk worden lezers naar het tijdschrift getrokken daardoor.
De tekening Stikstof door Gert-Jan van den Bemd vind ik vooral belangrijk door de vraag die wordt gesteld.
Het Meyvistisch Melodrama blijkt bij nader inzien een ingenieuze overkoepelende samenvatting te zijn van wat ik als lezer in deze bundel zoal tegen kan komen. Bij nummer 74 had ik dit nog niet zo begrepen, maar nu blijkt hoe bijzonder knap Remco Meisner de losse draadjes van alles wat wordt aangeboden in elkaar knoopt aan het begin.
Dan staat er een verhaal in van Guido Eekhaut. De laatste walvis geeft een probleem weer waarmee we al jaren worstelen: behoud van diversiteit en een gezond leefklimaat op aarde, zodat we kunnen blijven voortbestaan. Helaas spreekt de manier waarop het in dit verhaal wordt verwerkt me niet zo aan, misschien dat de diepere betekenis van bepaalde elementen niet tot me doorgedrongen zijn.
Vervolgens staat er een Weivretni vaaggesprek over de auteur Guido Eekhaut in dit blad. Interessant, zo leer je nog eens wat generatiegenoten en medeauteurs kennen. Leuk opgepakt ook, die interviews.
Van de rubriek Onder de indruk kon ik me deze keer ook best voorstellen dat er behoefte aan is om een beeld te krijgen van wat er de laatste tijd zoal is gebeurd wat betreft publicaties in het genre. Ik heb het met belangstelling doorgenomen.
Uit de oude doos is een interessante studie naar het werk van Gerrit Krol waarin niet alleen een kijkje wordt gegeven van waar hij over schreef, maar waarbij ook een link wordt gelegd naar vragen die nog altijd spelen en waar je als schrijver zelfs inspiratie uit zou kunnen putten. Ik vind dit een fijne rubriek in het blad.
Waar blijft de tijd van Lex van Heereveld is echt een leuk oeps-foutje-bedankt-verhaal over tijdreizen. De illustraties erbij maken het voor mij echt helemaal te gek. Geweldig!
Het alien POV in een verhaal door Marcel Ozymantra geeft mooi weer waar je rekening mee moet houden als je over wezens schrijft die anders zijn. Heel leerzaam en interessant! Zoals ik al had verwacht wordt benadrukt dat auteurs gebruik moeten maken van meer zintuigen dan alleen wat het oog kan zien. Het hele VAKOG-spectrum zeg maar: Visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch en gustatorisch is van belang om te gebruiken in een fantastisch verhaal. Daar kan ik het alleen maar roerend mee eens zijn.
Een prachtige dag om te sterven van Charles van Wettum vind ik weer een geweldig verhaal. Alleen botste ik wel op het woord nano, dat bij het eerste gebruik beter ingebed had mogen worden. Hoe zit het daarmee dan precies? En ja, ik maak me grote zorgen over hoe er wordt aangekeken tegen de vergrijzing in onze samenleving, vooral in verband met de zorg die niet meer leveren kan. Dit verhaal loopt eigenlijk vooruit op wat er in het regeerakkoord weer op kwam spelen. Hoe kon Charles dat toen hij het schreef al hebben geweten? Is hij visionair? En een harde wetenschapper? Hoe dan? Maar alle onzin aan de kant: ik vond dit verhaal echt TOP! De tekeningen van Peter Erhardt zijn ook TOP!
Zelfs in mijn recensies wordt ik aangestoken door de sfeer die Fantastische Vertellingen uitstraalt, merk ik wel.
Tijd voor geschriften door Paul van Leeuwenkamp rakelt de nostalgie weer op en geeft een terugblik op geschriften die waren. Voor de liefhebber, zeg maar.
En dan: Oxana’s Oxymoron. Dat wordt denk ik een favoriete rubriek voor mij. Ik geniet mateloos van deze raadgevende rubriek, al vraag ik me al vanaf het begin af of die tekeningen van die lange benen echt de benen representeren van iemand die zo’n exotische naam bezit. Zouden het geen benen van een buitenaards iemand moeten zijn?
Dan komt het schrijfsel Reünie van Marco Knijnenburg dat voor mij de waardering voor FV nummer 75 doet kelderen. Ik heb het doorgenomen en eigenlijk geen enkel element gevonden dat bij een Fantastisch verhaal hoort. Het is ook geen Vertelling te noemen. Het is een berg losse draadjes die op een hoop is gegooid, een berg feiten die alleen rolbevestigend werken en geen enkele verwondering in zich hebben. Behalve dan de verwondering van mij over waar in hemelsnaam ineens dat bloed in de wc-pot vandaan gekomen is en hoe het daarna aan die Hans kon blijven plakken.
De brievenrubriek: Brief Encounters. Ik hoopte al dat het niet serieus was en dat blijkt. Deze brieven geven redelijk weer hoe critici tegen het genre aankijken, vrees ik! Ik vind ze grappig om door te nemen.
Als laatste de gepubliceerden.
Het is leuk om door het lezen van dit tijdschrift een kijkje te krijgen op wat er in het Nederlands taalgebied speelt in het fantastische genre, ik voel me steeds meer betrokken raken.
Na het lezen van nummer 75 geef ik dit gemiddeld vier sterren.
Fantastische Vertellingen 75. Een korte review
Het mag bekend zijn: Fantastische Vertellingen is mijn favoriete tijdschrift.
De combinatie van korte verhalen, essays, boekbesprekingen, humoristische vaste rubrieken en fraaie illustraties doet het nog steeds uitstekend: dit is al aflevering 75! Dat er af en toe een bijdrage van mijn hand in mag staan, is iets waar ik bijzonder trots op ben.
De opening door de zeer actieve hoofdredacteur Remco Meisner is als altijd een genot om te lezen. De lange en ontzettend boeiende serie over de geschiedenis van Nederlandstalige SF- en Fantasy-tijdschriften door Paul Leeuwenkamp begint het einde te naderen – dat voelt waarachtig als ‘jammer’. Ik las met genoegen het interview met Guido Eekhaut - door Meiser lekker dwars een Weivreni of ook wel Vaaggesprek genoemd, omdat hij het toch net anders wil doen, op zoek naar de mens achter de auteur.
Relatief veel besprekingen, dit keer. Johan Klein Haneveld is zowel bespreker als onderwerp met zijn boek ‘De Handjeklapmachine’. Daarnaast aandacht voor oa de bundel ‘Alice’ (van de steeds actiever wordende Gentse uitgeverij Poespa met de ongelofelijk actieve auteur/ redacteur Finn Audenaert) en nog enkele boeken. Jos Lexmond heeft zich ertoe gezet om een hele serie tijdschriften aandacht te geven: o.a. nummers van het nieuwe horror-tijdschrift Grim passeren de revue.
De bespreking van Gerrit Krols ‘De man achter het raam’ (uit 1982) vond ik een bijzonder mooie bijdrage – juist omdat het iets van buiten onze bubbel is (zie hieronder).
Er zijn vier korte verhalen opgenomen en nog de vaste vragenrubriek en ingezonden mededelingen. De bundel is daarmee heel gevarieerd, als altijd. Nummer 75 is niet ‘de bese ooit’ maar wel absoluut weer leuk!
Ik heb toch een kleine gedachte aan de zijlijn. De besprekingen (o.a. van FV73+FV74 in FV75) gaven me wat meer dan anders het een bubbel-gevoel: ‘wij bespreken wij’. Ik weet zeker dat de hoofredacteur me steunt in een oproep aan heel velen om bijdragen te leveren, zowel in de vorm van korte verhalen als in het bespreken van boeken van binnen buiten onze bubbel. Beginners, gevorderden, afwijkende meningen, prikkelende verhalen of besprekingen: die hebben we nodig. Verbreding en kritische reflectie kan ons toch al leuke tijdschrift en daarmee de kwaliteit van onze eigen producties nog een verdiepinkje hoger tillen.
Mijn aanbeveling blijft: abonneer je op Fantastische Vertellingen en geniet er elk kwartaal van. Net als ik.
Het is altijd iets waar ik enorm naar uitkijk: het verschijnen van de nieuwe editie van Fantastische Vertellingen - een tijdschrift dat met zijn combinatie van verhalen uit de breedte van het fantastische genre, kunst van mensen die buiten de lijntjes durven te kleuren, literaire analyse en exploratie van het verleden van het fantastische genre in het Nederlandse taalgebied (met nog een scheut eigengereide humor erdoorheen) een unieke plek inneemt in het genrelandschap in onze streken. De overtuigingen en identiteit van de samensteller klinken door in zijn keuzes bij het samenstellen van het tijdschrift, waardoor dat een uniek karakter krijgt, wat ook weer doorwerkt in de groei van de hier gepubliceerde auteurs. Daar waar op fantasyfestivals en -beurzen trilogieën en langere series dikke boeken over vaak middeleeuwse werelden de boventoon voeren (ik chargeer) zorgt Remco Meisner ervoor dat er plek blijft voor de verhalen die anders dan anders zijn, de experimenten (ook al vallen die soms verkeerd uit), de tegendraadse uitingen van gedreven creatievelingen. Ik ervaar het lezen van dit tijdschrift daarom altijd als verfrissend. Je weet gewoon nooit van te voren wat je kunt verwachten, zelfs niet als je de namen herkent van de schrijvers die iets hebben aangeleverd. Want dat zijn ook meestal degenen die zichzelf liever niet herhalen en (mede daardoor) zich blijven ontwikkelen. Ik was door deze nieuwste editie dus ook weer verrast.
Zo was er, erg leuk, een flink essay van Marcel Ozymantra, over de moeilijke taak van de SF-schrijver zich in het perspectief van de werkelijk ander (de alien) in te leven. Hoe kun je de waarnemingen van een verschillend sensorium en de overpeinzingen van totaal anders gestructureerde hersenen (of andere denkorganen) op zo'n manier weergeven dat een lezer met menselijke zintuigen en menselijke hersenen zich er toch in kan verplaatsen, zonder te schrijven over pseudo-mensen? Ozymantra zoekt (goed onderbouwd) het antwoord in de modernistische literatuur (o.a. James Joyce). Ik zal hier nog langer over nadenken, denk ik.
Verder ondertussen vertrouwd (maar zo te zien naar het einde lopende) de rubriek 'Tijd voor geschriften' waarin Paul van Leeuwenkamp de geschiedenis van de Nederlandstalige genrepublicaties langsloopt. Goed om van je eigen historie als genre te weten, vind ik. Remco Meisner doet ook een duit in het zakje met een terugblik op een fascinerende roman die kennelijk zijn tijd vooruit was als het gaat om discussies over AI en menselijkheid. Er is ook een mooi interview van zijn hand met Guido Eekhaut, dat via omwegen toch volgens mij iets uit de kern van de schrijver wist te tonen.
Dan de verhalen. 'Guido Eekhaut' levert een welhaast meditatief verhaal met 'De laatste walvis', waarin de geoefende lezer verwijzingen naar Moby Dick zal herkennen, maar dat zich afspeelt in een toekomst waarin de walvissen bijna uitgestorven zijn. Zo wordt het een commentaar op onze neiging zelf de schoonheid in onze leefomgeving te vernietigen (of zo las ik het althans).
Lex van Heereveld komt met 'Waar blijft de tijd' een heerlijk verhaaltje waarbij het venijn in de staart zit, al vertrouwde hij wel heel veel op de formulering 'Zijn jasje aantrekkend, nam hij plaats ...' 'Zijn jasje strak trekkend, ging hij zitten ...'. Afwisseling was beter geweest.
Jos Lexmond schreef in een van zijn recensies over Charles van Wettum dat het lijkt alsof die steeds betere verhalen schrijft. Dat zal hij herhalen bij het lezen van Charles' verhaal in deze editie, 'Een prachtige dag om te sterven', dat een dystopische wereld schetst en de hoofdpersonen volgt tot de wrange conclusie. Van Wettum toont zich inderdaad een begaafd schrijver, met (niet onbelangrijk) het vermogen maatschappelijke ontwikkelingen te vertalen naar verhalen die scherp zijn, maar ook met sympathie voor de personages.
'Reünie' van Marco Knijnenburg is dan weer een heel ander verhaal. Door de droge vertelwijze van de start word je als lezer op het verkeerde been gezet, maar uiteindelijk word je door de belevenissen van Hans meegesleurd. Weer een flinke afwisseling dus in deze editie!
Ik hoop dat er nog heel veel volgende edities te verwachten zijn van mijn favoriete Nederlandstalige tijdschrift. Ik kijk in elk geval alweer uit naar nummer 76 en ben alweer bezig enkele besprekingen daarvoor te schrijven.