Fantastische Vertellingen, nr. 76, jrg. 46, december 2025
| Artikelnummer: | FV-76 |
| Beschikbaarheid: | Op voorraad |
| Levertijd: | binnen enkele werkdagen |
In dit nummer vindt u korte verhalen van Charles van Wettum (Innovatie), Germain Droogenbroodt (De geluksbonbons), Marco Knauff (Licht en ruimte), Bjarne Donderdag (Split), Rob Geukens (Molentjes) en Jan van der Lans (Portiek).
Illustraties zijn van de hand van Gert-Jan van den Bemd, MOZ, Peter Erhardt, Bauke Muntz, Eline Nijdam, Feline en Jan van der Lans (werk bij diens eigen verhaal). En, niet te vergeten, Fred Hemmes met zijn geïllustreerde Wereldvraag.
Daarnaast vindt u in dit nummer besprekingen van de hand van Johan Klein Haneveld, Jos Lexmond, Charles van Wettum en Paul van Leeuwenkamp. Voorts het Weivretni Johanna Lime (een vaaggesprek), een cartoon van Gert-Jan van den Bemd (Kunstmatig), het veertiende deel (door Paul van Leeuwenkamp) van Tijd voor geschriften.
De omslagillustratie is gebaseerd op kunst van Gidion van de Swaluw. Het daarop gebaseerde omslagontwerp is gemaakt door Ingrid Heit.
In totaal 142 bladzijden op helderwit kwaliteitspapier, volledig in kleur!
In het tijdschrift is van alle gepubliceerden een korte, geïllustreerde bio-/bibliografie opgenomen.
U kunt dit tijdschrift uiteraard los kopen, indien u dat verkiest, maar een abonnement is véél voordeliger:
| afm.: | A5 (148mm x 210mm) |
| dikte: | 130 blz. |
| gew.: | 500 gram |
| uitv.: | paperback, volledig in kleur |
| extra: | bio-/bibliografieën van de gepubliceerden |
De cover is gemaakt door Gidion van de Swaluw die al heel vaak zijn kunst heeft aangeleverd voor tijdschriften als deze. Hij heeft een eigen stijl.
De tekening Kunstmatige Intelligentie door Gert-Jan van de Beemd volgt voor de inhoudsopgave.
Het Meyvistisch Melodrama vormt weer een ingenieuze overkoepelende samenvatting waar zelfs iets van mijn interview met Remco Meisner in verwerkt is, dat in dit nummer nogmaals is opgenomen als Weivretni (het stond eerder in Dekmantels). Verder is in dit voorwoord natuurlijk weer een mooie compilatie gemaakt van wat dit tijdschrift in dit nummer te bieden heeft. Peter Erhard maakt mooie illustraties.
Dan staat er een verhaal in Charles van Wettum, genaamd Innovatie, over een uitvinding een steampunkwereld die sterk vervuild is door paardenmest van stoomkoetsen. Het verhaal komt me zeer bekend voor, als jurylid van Waterloper heb ik het al eens onder ogen gehad. Het is een prachtig verhaal over inventiviteit, de broers komen in de problemen maar vinden daar een oplossing voor. Ik vind dat het mooie van dit verhaal, het laat zien dat mensen die door regels in de knel raken de moed niet op moeten geven en alsnog innovatief bezig kunnen zijn. De tekening bij het verhaal, van Bauke Muntz vind ik prachtig!
In De laureaat oreert is het dankwoord van Guido Eekhaut te lezen dat hij bracht nadat hij de Bemoste Beeld-prijs won, die uitgereikt werd op Fantasticon.
Dan volgt de Weivretni (een vaaggesprek oftewel een interview waarbij gebruik is gemaakt van de lange afstandstechnieken van tegenwoordig) met mij. Ik ben nog altijd tamelijk verbaasd dat ik daarvoor uitgenodigd werd, maar vind het wel heel tof dat het gebeurd is.
Van De geluksbonbons, een verhaal van Germain Droogenbroodt, heb ik genoten. Echt mooi, net als de wat minimalistische illustraties waarmee Gert-Jan ven den Beemd het verhaal verlustigd heeft.
In de rubriek Onder de indruk schrijft Johan Klein Haneveld wat hij te vertellen heeft over het boek Dans voor mij van Wendy-Torenvliet, dat bij Zilverbron is uitgebracht en dat ik zelf ook heb gelezen en gerecenseerd. Daarna volgt hij met Ganymedes 25, Knipsels uit de Kosmoheraut en Vreemde steden, bijzondere oorden 1 & 2. Ik heb het ter kennisname doorgenomen. Leuk om te zien wat er uitgegeven wordt. Jos Lexmond vervolgt met Fantastische Vertellingen 75, Grim 2 en Grim 3, HSF 290, Portulaan 163 en Weirdo’s 150. Insomnia Dromen wordt verslagen door Paul van Leeuwenkamp en daarna volgt wederom Knipsels uit de Kosmoheraut, maar nu door Charles van Wettum. Veel verhandelingen over nieuwe publicaties dus, interessant voor zoekers naar nieuwe verhalen.
Dan volgt het al tamelijk lange, korte verhaal in tien delen van Marco Knauff, dat ik heel interessant en boeiend vond, al was het alleen al vanwege de plaats van handeling (het ISS station). Na het lezen van dit goed uitgewerkte drama tussen twee astronauten die elkaar ergens van verdenken en in de krappe ruimte tot elkaar veroordeeld zijn, bleef ik na het lezen echter zitten met de vraag wat er echt met de derde astronaut was gebeurd. Moet de lezer dat maar zelf bedenken? Dat werd me niet duidelijk en dit soort losse eindjes, daar houd ik echt niet van. Ook die oorlog over drie gebieden op aarde was iets dat in dit verhaal nauwelijks uitgewerkt kon worden. Hoe kon dit zo gebeuren? Welke gevolgen heeft het voor ISS? Welke conflicten spelen er dan? Naar mijn bescheiden mening zou de auteur van dit verhaal, met het potentieel dat na wat er al staat nog altijd verborgen zit, hier beter een hele roman mee kunnen vullen. Als de wereldbouw verder uitgewerkt wordt zit er veel meer in dit plot. Hoe komt dit? Ik vraag me af of dit een verhaal aan een wedstrijd heeft meegedaan waar het maximum aantal woorden voor een inperking zorgde. Jammer als dat waar zou zijn, nu komt er niet echt uit wat er nog meer in kan zitten dan in dit goed geschreven verhaal al wordt vermeld. De illustraties van Eline Nijdam zijn pure kunst en de eerste zie ik al helemaal op een cover van een boek terechtkomen.
In tijd voor geschriften neemt Paul van Leeuwenkamp een aantal tijdschriften onder de loep, van 2012 tot heden.
5-4-3-2-1 van Rob Geukens geeft een mooie variantie van het monster onder het bed, alleen lastig te lezen door het soms vreemde woord en zinsgebruik, viel mij op. Het laatste deel had wel iets logischer gemogen van mij, net wat duidelijker uitgewerkt waar alles vandaan komt dat er nu aan de haren wordt bijgesleept. De Illustraties van Peter Erhardt vullen gelukkig de tekst aan, zodat ik alsnog begrijp wat er gebeurt.
Oxana’s Oxymoron geeft een goede raad over hoe je kunt ontdekken dat je in een tijdlus verstrikt bent geraakt. Echt heel tof, deze rubriek met praktische informatie!
De laatste Ganymedes is een verslag van een discussie die op Fantasticon plaatsvond. De titel blijkt niet op waarheid te berusten en slaat alleen op Paul van Leeuwenkamp die het werk overdraagt aan een vrouw. Mij stemt deze boodschap hoopvol optimistisch.
Split van Bjarne Donderdag leest als een absurdistisch verhaal waarbij de aarde in twee Maagdenburger halve bollen schijnt te worden opgedeeld. Met een tekening van een scheur en vallende huizen door Feline.
De brievenrubriek: Brief Encounters. Hier zijn twee brieven opgenomen, een van Guido en een van Roelof.
Portiek van Jan van der Lans geeft een normale situatie in onze wereld te zien, die zomaar zou kunnen gebeuren, dus wat is daar fantasy aan? Stinkende vis in azijn, moet dat soms horror voorstellen? Ik snap het niet.
Als laatste de gepubliceerden op een rij.
Ik las FV76.
Disclaimer: ik draag zelf regelmatig bij aan mijn favoriete kwartaaltijdschrift. Ook dit keer staat er van mij een verhaal in (de steampunkstory 'Innovatie') en een boekbespreking. Ik sluit mijn bijdragen vanzelfsprekend volledig uit van deze bespreking.
Ik lees FV elk kwartaal met veel genoegen. De mooie afwisseling van fictie (SF, fantasy, horror), inhoudelijk goed opgezette boekbesprekingen uit het genre, onderhoudende en humoristische vaste rubrieken en goede grafische bijdragen maken het zéér verteerbaar. Dat geldt ook voor versie 76.
De lat voor FV ligt door de historie bij mij extreem hoog, dus het nadeel daarvan: deze versie vond ik na lezing wat vlak. De oorzaak is volgens mij dat ik dit keer de verhouding 'verhalen - andersoortige teksten' veel maar de laatste helt. Bovendien is er veel ruimte voor 'insider-teksten' uit de Fantasticon en naar aanleiding daarvan. Ik vond die niet de meest boeiende delen. Wel zeer boeiend vond ik Van Leeuwenkamps afsluitende deel (of nog niet?) van de uitstekende serie over genre-tijdschriften. Zijn brede kennis en belezenheid heeft mijn zicht op de geschiedenis van de bubbel diepte gegeven. Het Weivretni met Marjo Heijkoop geeft inzicht in de relatie tussen haar boeken en haar leven. Voor haar lezers zeker verhelderend.
Van de verhalen vond ik 'De Geluksbonbons' conceptueel sterk. Het eind liet me (vrijwel zeker opzettelijk) onbevredigd achter - leuk om daarover na te denken.
Bij 'Licht en ruimte' (van Marco Knauff) genoot ik van de wereld- en karakteropbouw. Het verhaal pakte me. Er waren na de laatste punt nog wat draadjes die mijn hoofd probeerde te blijven volgen - een erg open einde, dus. Mooi!
'5-4-3-2-1' van Rob Geukens is bloedige horror. Ik ben daar geen ervaren lezer in, maar ik vond de wending hier wel... Is 'leuk' hier wel een gepast woord? Ik weet het niet.
'Split' van Bjarne Donderdag heeft een inspirerende premisse: de aarde deelt zich in twee helften. Dat de scheiding dwars door Maagdenburg loopt is een goed gevonden detail en bovendien voor de visualisatie nuttig. Dat het geheel fysisch van geen kant klopt, is prima te verteren - de toon van het verhaal is daar zeker geschikt voor en het is knap geschreven. Het was (voor-toch-een-beetje-een-nerd-zoals-ik) dan wel weer lastig dat het juist fysica is die het einde forceert. Toen ik besloot ook dat absurdistisch te lezen, kreeg het verhaal toch de charme die het verdient.
Het afsluitende korte 'Portiek' (Jan van der Lans) is een korte, absurdistische situatieschets en geen fantastiek. Maar het leest lekker.
De illustraties en korte grafische grapjes waren ook deze keer zeker weer het bekijken meer dan waard. Al met al: bij de hoge lat is FV76 niet het beste nummer ooit, maar zelfs dan is het nog heel leuk en absoluut de moeite van het lezen waard.
Fantastische Vertellingen blijft gelukkig een tegendraads karakter houden - in dit tijdschrift is natuurlijk plek voor rasechte SF-verhalen en horror is ook welkom (zelfs een fantasyverhaal op zijn tijd), maar het deel van de verhalen is moeilijk in een genrehokje te plaatsen. Bevatten ze een magisch element? Spelen ze zich af in de toekomst? Dat is niet altijd duidelijk, maar er is wel altijd iets vreemds mee aan de hand, iets in de sfeer dat verbaast, verontrust of verwondering oproept. Dit geldt bijvoorbeeld voor het korte 'Portiek' van Jan van der Lans dat geen genre-element bevat, eigenlijk niet meer is dan een observatie, maar dat toch aanvoelt als een echt FV-verhaal! Dat zegt volgens mij iets over de samensteller, die zich niets aantrekt van grenzen en eisen en ook al luistert hij naar iedereen toch zeker zelf beslist wat hij mooi vindt om te plaatsen. Niet voor niets is dit een 'Meyvistisch magazine' - de naam zegt het al!
De verhalen in deze editie hadden dus de echte FV-sfeer. Het begint met de verrassende steampunkvertelling 'Innovatie' van Charles van Wettum – opnieuw bespeur ik zijn groei als auteur door te schrijven in een net wat ander subgenre en door ook daarin te komen met een verrassende wending. En het gaat over mest... 'De geluksbonbons' van Germain Droogenbroodt en 'Split' van Bjarne Donderdag brachten beide absurde situaties ten berde die droog werden verteld, en met allebei een wrange afloop. Ik waardeer het altijd als ik een bijdrage tegenkom van Marco Knauff en 'Licht en ruimte' stelt niet teleur. Terwijl de spanningen op aarde oplopen blijkt het moeilijk in een ruimtestation de eenheid te bewaren... Wat er precies gebeurd is, wordt niet duidelijk, maar de gevolgen stemmen somber. Heel goed geschreven met sterke observaties van de personages. '5-4-3-2-1' van Rob Geukens (ook zo iemand bij wie ik rechtop ga zitten als ik zijn naam boven een verhaal zie staan) is een ijzersterk horrorverhaal. Ik ga er niets van verklappen.
Naar mijn mening lag in dit nummer de verhouding tussen fictie en non-fictie een beetje scheef (daar heb ik zelf aan bijgedragen door vier recensies te leveren). De gebruikelijke recensies, waaronder veel van tijdschriften, een Weivretni, Het laatste deel van 'Tijd voor geschriften', de rubriek van Oxana Langbeen (waar ik om moest grijnzen) en ingezonden brieven. Maar dat was nog niet alles: ook het dankwoord van Bemoste Beeld-prijswinnaar Guido Eekhaut dat hij op Fantasticon uitsprak, en ook van Fantasticon de toespraak van Paul van Leeuwenkamp over de laatste Ganymedes... Soms is het niet anders, maar ik vond het zelf misschien iets te veel van het goede ... De kwaliteit van de verhalen was echter zodanig dat het er ruimschoots tegenop woog.
De illustraties bij de verhalen vond ik ook weer prachtig en er was geen korreltje AI te bekennen, gelukkig!