Fantastische Vertellingen, nr. 77, jrg. 47, maart 2026
| Artikelnummer: | FV-77 |
| Beschikbaarheid: | Op voorraad |
| Levertijd: | binnen enkele werkdagen |
In dit nummer vindt u korte verhalen van Theodoris Barkylos (Hera's fatbike), Luc Vos (Mijn beste vriend), Karel Smolders (Elegie voor een lang leven), Charles van Wettum (Hoog leven), Frank Roger (Het goede leven) en Emanuel Claessens (De Zaligmaker). En gedichten van Luc Vos (Quizz) en Finn Audenaert (Poel der driften).
Illustraties zijn van de hand van Gert-Jan van den Bemd, MOZ, Peter Erhardt, Eveline van Dienst, Lex van Heereveld, Feline en Fred Hemmes.
Daarnaast vindt u in dit nummer besprekingen van de hand van Johan Klein Haneveld, Jos Lexmond, Charles van Wettum, Roderick Leeuwenhart en Paul van Leeuwenkamp. Voorts een cartoon van Gert-Jan van den Bemd (De Wens), FV-essays van Roderick Leeuwenhart (Ontmoetingen in het fantastische) en een tweede (Buiten de schijnwerpers – het naderende afscheid) door Paul van Leeuwenkamp). Uit de aard der zaak ontbreekt de probleemrubriek (Oxana's Oxymoron) van Oxana Langbeen) niet.
De omslagillustratie is gebaseerd op kunst van Lex van Heereveld. Het daarop gebaseerde omslagontwerp is gemaakt door Ingrid Heit.
In totaal 112 bladzijden op helderwit kwaliteitspapier, volledig in kleur!
In het tijdschrift is van alle gepubliceerden een korte, geïllustreerde bio-/bibliografie opgenomen.
U kunt dit tijdschrift uiteraard los kopen, indien u dat verkiest, maar een abonnement is véél voordeliger:
| afm.: | A5 (148mm x 210mm) |
| dikte: | 112 blz. |
| gew.: | 500 gram |
| uitv.: | paperback, volledig in kleur |
| extra: | bio-/bibliografieën van de gepubliceerden |
Dit is het eerste tijdschrift dat ik las van Fantastische Vertellingen in 2026.
De cover is gemaakt door Lex van Heereveld en laat een gevecht in de ruimte zien, past goed bij het tijdschrift.
De tekening De Wens door Gert-Jan van den Bemd is een parodie op de actualiteit.
Het Meyvistisch Melodrama vormt een overkoepelende samenvatting van wat komen gaat, zoals altijd weer licht ironisch geschreven door Remco Meisner. Gert-Jan van den Bemd slaagt er met zijn tekening in een herkenbaar portret van Remco te maken achter een typemachine. Verder is er een mooie illustratie gemaakt door Peter Erhardt.
Dan staat er een verhaal in, geschreven door Theodoris Barkylos, die ik vanwege de foto direct herken als Theo van Barkel, genaamd Hera’s Fatbike, waarin personages uit de Griekse mythologie voorkomen. Mooi verhaal en bijpassend geïllustreerd door Eveline van Dienst.
In de rubriek Onder de indruk komen deze keer een paar boeken aan bod die besproken worden door Johan Klein Haneveld, een paar recente tijdschriften, behandeld door Jos Lexmond, het boekje Groenbaard door Paul van Leeuwenkamp, die ook nog een verhalenbundel bespreekt. Dan volgt er iets door Roderick Leeuwenhart, gevolgd door een recensie voor Fantastische Vertellingen 76 door Charles van Wettum. Genoeg om geïnteresseerd te raken, om eventueel aan te schaffen om ook te lezen.
Er volgt een bizar verhaal van een man met een vrouw en een hond, met de titel: Mijn beste vriend. Het verhaal is geschreven door Luc Vos. Het was een beetje moeilijk uit elkaar te houden wie nou de vrouw in dit verhaal was en wie de hond, vond ik. Helaas dus wat verwarrend. Illustraties van Lex van Heereveld passen er mooi bij.
Het gedicht Quizz dat hierop volgt, ook van Luc Vos, vond ik leuk om te lezen. De illustratie is een tekening van Fred Hemmes.
FV-essay: ontmoeting in het fantastische geeft een essay over de bundel Fantastische Ontmoetingen die is geschreven door Paul van Leeuwenkamp. Het essay zelf is van Roderick Leeuwenhart. Helaas zegt het me niet zoveel omdat ik geen echte insider ben. Ik heb nog niet zo lang geleden pas een abonnement genomen op dit tijdschrift.
Het verhaal van Karel Smolders volgt, het heeft de titel: Elegie voor een lang leven. Vervreemdend genoeg, al blijft het verhaal me niet lang bij, gelukkig. Beetje eng idee. Gert-Jan van den Bemd heeft de tekening erbij gemaakt, die is in deze bundel druk bezig geweest.
Het gedicht Poel der driften van Finn Audenaart vond ik leuk om te lezen. Niet zo gek, want het soort wezens dat hij gebruikt voor dit schrijven interesseert me wel. Een lekker luchtig stukje achter het meer benauwende verhaal dat hiervoor stond. De plaatjes van Marco Bezoet de Bie geven mooi het uiterlijk van het wezen weer.
Het verhaal Leef hoog, geschreven door Charles van Wettum, is qua idee wel aardig, maar de afdaling langs de buitenkant van de wolkenkrabber komt niet als geloofwaardig over. Een gemiste kans. Ook vond ik de reacties van de personages niet erg natuurlijk en logisch. Ik heb wel beter gelezen van hem. De illustratie is van Feline.
Oxana’s Oxymoron geeft alweer een goede raad, maar deze keer denk ik dat het weleens verkeerd uit kan pakken hem op te volgen. Echt heel tof, deze rubriek.
Het goede leven van Frank Roger vond ik een mooi verhaal, daar kon ik van genieten. De tekeningen zijn van Peter Erhardt, in zijn eigen stijl. Ze passen goed bij het verhaal.
Dan volgt er weer een FV-essay: Buiten de schijnwerpers, geschreven door Paul van Leeuwenkamp over de verhalen van Robin Langerak. Waarom precies hij van de vier genoemde verhaalchirurgen? Was het niet eens tijd voor een vrouw, deze keer?
Het verhaal De Zaligmaker van Emanuel Claessens heeft me echt verbaasd. Wat wil hij hiermee aan de lezer vertellen? Het deed me in de verre verte denken aan Rosemary’s baby, maar dan totaal emotieloos. Bizar. Illustraties door Ben van den Outenaar geven er nog een beetje kleur aan.
Als laatste de gepubliceerden op een rij.
Dit was weer een ouderwets goede editie van Fantastische Vertellingen. Nee, natuurlijk was ik niet over elk verhaal net zo goed te spreken - dat kan ook niet. En het was jammer in deze editie de 'Tijd voor geschriften' van Paul te moeten missen, want dat was wel een beetje als een vaste rubriek gaan voelen. Wat ik bedoel is dat de verhouding tussen fictie en non-fictie die i het vorige nummer naar mijn smaak iets scheef lag, nu weer het perfecte evenwicht had bereikt. Alles natuurlijk opnieuw gelardeerd met fantastische illustraties, waarbij ik vooral mijn lof wil uitspreken voor de op een oud mozaïek lijkende tekeningen bij het openingsverhaal van Theodoris Barkylos. Ze passen daar perfect bij. Ook de cover met een ouderwets space opera-gevoel kon ik wel waarderen! Net als de illustraties van Peter Erhardt - wanneer gaat hij een stripverhaal uitbrengen? (Als hij een scenarist zoekt: ik houd me aanbevolen ;-) ).
Over op de verhalen: na het Meyvistisch Melodrama, dat duidelijk maakte hoe onze leidsman denkt over het wereldgebeuren, kwam Theo Barkel met 'Hera's Fatbike' - een nogal fantasievolle vertelling, over the top, maar een goed voorbeeld van de verbeelding waar de auteur over beschikt en het einde deed me grijnzen. Luc Vos komt met 'Mijn beste vriend' met gitzwarte humor, of is het horror? Ook gitzwart was het verhaal 'Elegie voor een lang leven' van Karel Smolders, die zich steeds meer ontpopt als horrorschrijver. Ik geniet altijd van zijn verhalen omdat ze steeds zo goed geschreven zijn. Charles van Wettum ontwikkelt zich nog steeds als auteur, dat blijkt uit zijn bijdrage 'Leef hoog' - op zich is het idee van een gestratificeerde samenleving in een torenflat niet nieuw (J.G. Ballard deed het ook), maar deze versie heeft iets echt Nederlands, met een hoofdpersoon die besluit niets van haar ervaringen te leren ... Frank Roger komt met het echt Frank Rogeriaanse 'Het goede leven', met een hoofdpersoon die wordt geconfronteerd met een bizarre situatie en uiteindelijk met lege handen achterblijft. Ook weer goed geschreven. 'Gitzwart' lijkt het thema te zijn van deze editie, want dat was ook het slotverhaal van Emanuel Claessens - waarin hij een ceremonie opdient waar de hoofdpersoon vraagtekens bij stelt. Dat je over het einde moet nadenken draagt aan het succes van de vertelling bij.
De boekbesprekingen in deze editie (waarvan ik er drie aandroeg) waren zoals altijd heel interessant. Ik genoot vooral van Rodericks bijdrage over 'Fantastische Ontmoetingen' waarbij hij de discussie nog wat breder trekt en ingaat op wat er voor auteurs in het fantastische genre mogelijk is in ons taalgebied. De laatste tijd denk ik daar ook over na - het 'fantastische genre' in ons taalgebied lijkt te klein om talent boven te laten drijven of belangstelling op te wekken van buiten de bubbel. Dat hoeft geen ramp te zijn. Ikzelf heb de ambitie om door te breken intussen laten varen en schrijf vooral omdat ik hou van schrijven en mijn verhalen graag met mensen wil delen - ook als dat er tientallen in plaats van duizenden zijn. En 'Fantastische Vertellingen' is een tijdschrift dat wordt gemaakt door iemand met duidelijk hetzelfde plezier in het vertellen van verhalen en het delen ervan met mensen - niet om beroemd te worden, maar om de wereld een iets mooiere en vreemdere plek te maken. Ik kijk weer reikhalzend uit naar de volgende editie!